Meer- en hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid is een combinatie van een uitzonderlijke intelligentie, creativiteit en doorzettingsvermogen. Hoogbegaafden zijn op het cognitieve vlak sterk, maar ook andere zaken spelen een belangrijke rol. De term wordt gebruikt om aan te geven dat ze opvallende vermogens of vaardigheden hebben, zowel voor kinderen als voor volwassenen.

Als maat voor hoogbegaafdheid wordt vaak het IQ genomen. Men spreekt doorgaans van hoogbegaafdheid bij een IQ vanaf 130. Dit komt erop neer dat personen met scores in de bovenste 2,5 percentielen hoogbegaafd worden genoemd.

Erfelijkheid is een belangrijke component van hoogbegaafdheid.

Hoogbegaafdheid ontwikkelt zich niet in een vacuüm. De sociale omgeving heeft een grote invloed op de ontwikkeling ervan, zowel positief als negatief. Er wordt gesteld dat de drie belangrijkste sociale omgevingen zijn: school, peers/ontwikkelingsgelijken en gezin.

Kenmerken van hoogbegaafden volgens Prof. dr. Franz Mönks:

  • Grote nieuwsgierigheid en leergierigheid.shutterstock_120717181
  • Veel energie.
  • Zich met meerdere taken tegelijk bezig kunnen houden.
  • Buitengewoon goed geheugen.
  • Breed scala aan interesses.
  • Bijzonder gevoel voor humor.
  • Hoge mate van empathie en betrokkenheid.
  • Denken in veel gevallen al op buitengewoon jonge leeftijd (bijvoorbeeld drie jaar oud) na over de zin van het leven.
  • Het veel lezen en verzamelen van informatie.
  • Veel feitenkennis, grote algemene ontwikkeling.
  • Opvallend taalgebruik.

Een hoogbegaafde is een nieuwsgierig, sensitief en emotioneel mens. Hij of zij is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Verder is hij of zij autonoom, gedreven van aard en intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.

Invloed van hoogbegaafdheid op het persoonlijk functioneren – Onderpresteren

Hoogbegaafde kinderen die niet of verkeerd in hun ontwikkeling gestimuleerd worden gaan soms onderpresteren. Met onderpresteren bedoelt men dat het hoogbegaafde kind (opvallend of veel) slechter presteert dan zijn capaciteiten toelaten. Vaak associeert men dit dan met het onderpresteren op school. Een voorname oorzaak van het onderpresteren is een gebrek aan uitdaging (het niveau ligt te laag voor de hoogbegaafde). Dit kan ervoor zorgen dat de hoogbegaafde zich gaat vervelen en dat kan leiden tot een ernstig gebrek aan motivatie waardoor de hoogbegaafde gaat onderpresteren. Door een gebrek aan uitdaging in het lager onderwijs, waar de hoogbegaafden door hun sterke geheugen zonder veel problemen kunnen leren, kan het zijn dat men een slechte studiemethode ontwikkelt. In het hoger onderwijs krijgt men dan problemen met studeren omdat men nooit een goede studiemethode ontwikkeld heeft.

Onderpresteren kan ook andere oorzaken hebben zoals emotionele problemen of een gebrek aan motivatie. Dit kan ook gebeuren omdat het kind niet wil opvallen tussen leeftijdsgenoten. Thuis kan het kind dan bijvoorbeeld al vlot lezen, maar op school doet het kind alsof het evenveel moeite moet doen om te leren lezen als de leeftijdsgenoten, om niet op te vallen of om geaccepteerd te worden door de groep als een gelijke.

Onderpresteren heeft altijd negatieve gevolgen voor het kind. Onderpresteerders kunnen bijvoorbeeld een laag of verkeerd zelfbeeld krijgen. Sommigen worden depressief (vertonen soms suïcidaal gedrag), of zijn erg perfectionistisch of hebben last van faalangst. Anderen (wat veel bij meisjes voorkomt) krijgen buikklachten (‘schoolziek’). Ook komt het voor dat ze in een sociaal isolement terechtkomen.

De begeleiding en het bijsturen van een onderpresteerder is niet altijd eenvoudig. Soms is het bieden van nieuwe uitdagingen voldoende om deze negatieve gevolgen te doen verdwijnen, maar bij hoogbegaafden die al langer onderpresteren is dit niet zo eenvoudig.

Doordat het onderwijs en de hulpverleners dit vaak niet inzien, ontstaan er verveling voor de hoogbegaafde en misverstanden voor de omgeving. Vaak geldt dat hoe hoger de intelligentie van een hoogbegaafde leerling is, hoe groter deze problemen zijn.

shutterstock_177908210

Begeleiding van hoogbegaafden

Aangepast onderwijs

Hoogbegaafdheid hoeft geen probleem te zijn, maar hoogbegaafden vormen een risicogroep. Vaak hebben ze moeite met het schoolsysteem omdat dit met hen onvoldoende rekening houdt. Een mogelijk gevolg kan gedragsproblematiek en/of onderprestatie zijn. In de praktijk is het niet altijd vanzelfsprekend voor een school om in te spelen op de behoeften van hoogbegaafden. Vaak denkt men aan versnelling van het studieprogramma, maar dit is niet de enige mogelijkheid om hoogbegaafden speciale begeleiding te geven. Bovendien is het zogenaamde springen meestal maar een heel tijdelijke oplossing. Verbreding en differentiatie waarbij leerlingen in dezelfde klas op hun eigen tempo werken zijn van essentieel belang.

Hoogbegaafde kinderen vragen al zeer vroeg thuis meer aandacht dan een kind met een gemiddeld IQ. Ze vragen ook meer dan een doorsnee kind op school. Ze hebben duidelijk behoefte aan een vrij intensieve begeleiding.

Kleuters

Bij kleuters wordt er nog niet gesproken van hoogbegaafdheid. Hier spreekt men van een ontwikkelingsvoorsprong. Deze kleuters lopen meer risico dan andere kleuters om in de problemen te raken. Uit recent onderzoek blijkt immers dat ouders van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong meer psychisch lijden melden in de kleuterschool dan andere ouders.

Vroege signalering en het stillen van de leerhonger kan problemen zoals perfectionisme, faalangst, demotivatie en onderpresteren voorkomen. Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong hebben een specifieke eigenheid die maakt dat ze zich anders voelen dan leeftijdsgenootjes. Ze hebben vaak het gevoel dat andere kleuters hen niet begrijpen en zijn met thema’s begaan waarvoor andere kleuters nog geen interesse hebben. Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong zonderen zich geregeld af van hun leeftijdgenootjes waardoor ze een geïsoleerde indruk maken en vaak zichzelf bezighouden.

In de lagere school vallen deze kinderen dikwijls op doordat ze al vroegtijdig bezig zijn met letters en cijfers. Ze zoeken oplossingsstrategieën die andere kinderen niet kunnen volgen en ze spelen dikwijls met oudere kinderen of ze zonderen zich af. De lagere school is voor deze kinderen meestal vrij makkelijk, waardoor ze een slechte werkhouding krijgen omwille van het feit dat ze geen moeite moeten doen om goede resultaten te behalen. Toch zijn er ook die slechte resultaten halen en op jonge leeftijd niet laten zien wat ze in hun marge hebben. Beide groepen hebben extra aandacht en ondersteuning nodig.

 

13268575215_9cdbe05cb4_k

 Wat kan je doen?

Ouders ervaren geregeld dat de omgeving niet altijd op een begripsvolle manier reageert. Anderen denken vaak dat hoogbegaafdheid een luxeprobleem is. Voor ouders is dit niet makkelijk om dragen omdat ze juist zoekende zijn in de aanpak van hun kind. Ze merken dat hun kind meer specifieke leer- en ontwikkelingsbehoeften heeft en deze komen voor de buitenwereld al snel als opschepperig over. Het is dan ook normaal dat je als ouder de nood hebt aan overleg met andere ouders die de problematiek ook ervaren.

Als je merkt dat je kind zich ongelukkig voelt, onderpresteert of psychische klachten vertoont omwille van zijn hoogbegaafdheid dan is het raadzaam een expert te consulteren. Coaching van onderpresterende kinderen kan dikwijls een oplossing bieden.Op school is het noodzakelijk dat hoogbegaafde kinderen specifieke ondersteuning krijgen zoals differentiatie naar boven en kangoeroewerking. Zij hebben nood aan uitdagende projecten om zich op een positieve wijze te kunnen ontplooien. Elk kind functioneert goed als het dingen kan doen waar het zich aan interesseert en wat op zijn niveau is. Een kind dat een beetje achter is op zijn leeftijd heeft het dikwijls moeilijk om goed te functioneren tussen zijn leeftijdgenootjes. Op school moet het dingen doen waar het nog niet rijp voor is en die voor hem of haar veel te moeilijk zijn. Voor een hoogbegaafd kind is het net zo. Op school moet het dingen doen die voor hem of haar veel te gemakkelijk zijn en hem dikwijls ook niet interesseren.De uitleg en de antwoorden die hij krijgt op vragen begrijpt hij dikwijls niet, want ze zijn niet op zijn niveau gegeven en dus voor hem of haar verwarrend. Als een hoogbegaafd kind in het eerste kleuterklasje vraagt voor een geel potlood aan zijn buurjongen en het krijgt van zijn medeleerlingen eerst een blauw en daarna een groen potlood, dan geraakt dit kind in de war. In de plaats van te denken oei zij kennen de kleuren nog niet, denkt dit kind is geel wel geel. Het kind wordt zeer onzeker en de kans is groot dat het zich gaat gedragen zoals zijn leeftijdgenootjes. Een kleuterjuf die dergelijke signalen herkent en dit kind een gepaste uitleg geeft maakt hier een wereld van verschil.

 

shutterstock_224796241

Kenmerken van Hoogbegaafdheid

Kritische instelling

Hoogbegaafde kinderen zijn erg opmerkzaam en plaatsen overal een kritische noot bij. Probleem hierbij is echter dat ze ook erg rigide kunnen zijn en dat hun interpretaties van situaties onomkeerbaar kunnen zijn. Heeft de leerkracht op de eerste dag van het nieuwe schooljaar een situatie ‘verkeerd’ afgehandeld, dan wordt dit door een hoogbegaafd kind niet gemakkelijk vergeten. In de discussie die hierop volgt zal het kind zich niet gauw gewonnen geven. Maar ook voor hoogbegaafde kinderen zou het goed zijn om te leren zwijgen op bepaalde momenten. Verder zijn hoogbegaafde kinderen pijnlijk eerlijk. Ook hier moeten ze leren dat ze niet botweg alles kunnen zeggen en dat het vaak beter is om iets mooier te verpakken dan dat het is.

Perfectionisme & faalangst

Perfectionisme is in veel gevallen verbonden met hoogbegaafdheid. Met perfectionisme worden de hoge doelstellingen, die hoogbegaafden voor zichzelf hanteren, bedoeld. Deze zelfopgelegde norm kan leiden tot faalangst en vluchtgedrag. Ze willen bepaalde dingen ineens helemaal niet meer doen of geven vroegtijdig op.

Rechtvaardigheidsgevoel

Voor hoogbegaafde kinderen zijn regels en gemaakte afspraken erg belangrijk. Net zoals gemaakte beloftes. Als deze verbroken worden zonder goede reden leidt dat tot veel discussie en gezeur. Het is dus als opvoeder van groot belang dat de reden van het verbreken op een duidelijke en volwassen manier wordt uitgelegd. Het rechtvaardigheidsgevoel komt ook tot uiting in idealisme. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak erg begaan met onrechtvaardige wereldgebeurtenissen of rampen (zoals aardbevingen, bedreigde diersoorten en armoede).

6629558785_0fd64f46b6_oHooggevoeligheid

Hun zintuigen zijn meer dan gemiddeld gevoelig voor prikkels. De zintuiglijke prikkels komen vaker en sterker binnen en het kost meer moeite en tijd om ze te verwerken dan bij niet-hooggevoelige mensen. Ook hebben zij vaak een groter empathisch vermogen.

 

 

 

Comments are closed.